Ik wil geen afscheid nemen van mijn kleinkinderen’
Geplaatst door de redactie op 21 februari 2008
Jo De Meyere (69) over nakend einde van ‘Flikken’ en ouder worden
‘Flikken’ begint volgende week aan zijn voorlaatste seizoen. Na tien jaar moet Jo De Meyere tijd afscheid nemen van zijn personage commissaris Nauwelaerts. De Meyere stort zich op ander werk. ‘Ik moét werken. Dag en nacht. Dat leidt me af. Anders denk ik enkel aan het ouder worden en dat stemt me droef’, zegt Jo die gisteren 69 werd.
Kwiek is een verkeerd woord voor Jo De Meyere, gisteren 69 geworden. Kwiek is voor kromme ventjes met zo’n pet op het hoofd. De Meyere loopt niet krom. Het is een grote meneer van 29 in een 69-jarig lijf. Op de voorstelling van het nieuwe seizoen van Flikken hopt hij van de ene zetel op de andere voor de fotograaf.
Hoe vindt u zichzelf in de negende reeks van ‘Flikken’?
Jo De Meyere (ferm): ‘Oud. Stokoud. Elke dag zijn er gemiddeld tien mensen die zeggen: Nu ziet ge er goed uit, maar op tv zijt ge zó oud. Dan heb ik mijn antwoord klaar: Op tv draag ik al de lasten van mijn personage. Een acteur moet lijden. Wat onzin is, natuurlijk.’ (lacht)
Is dat het enige wat u opvalt: dat u er oud uitziet?
‘Energie: dat valt me ook op. Zo sterk dat het bijna dominant wordt. Terwijl ik die autoriteit van nature niet heb. Privé gebruik ik dat nooit. Privé ben ik zeer aimabel, zeer sociaal gericht. Mijn verleden van maatschappelijk assistent, zeker?’
U wordt toch beter met de jaren? Of niet?
‘Ja, maar het heeft lang geduurd. Op de toneelschool had ik een lerares bewegingsleer, Lea Daan. De vrouw die álle Vlaamse acteurs heeft gevormd. Die stond dan te kijken terwijl ik de pannen van het dak speelde, echt de zolder van het plafond. Dan zei ze: Het is goed, maar het is groen. Daar kon ik niet tegen, hé? Nu pas snap ik wat ze bedoelde. Nu pas ben ik geloofwaardig, overtuigend.’
Houdt het u bezig, uw verjaardag?
‘Ouder worden houdt me elke dag bezig, élke dag. Oei, gaan de mensen zeggen, wat een depressieve gast. Dat is niet zo, maar toch. Ik heb bijna dagelijks contact met mijn kinderen en mijn kleinkinderen. Hoe meer ik ze zie, hoe groter mijn gevoel van vergankelijkheid. Dan zie ik zo’n kleinkind en denk ik: allez, ga ik daar afscheid van moeten nemen? Dat stemt mij droef. Ik bestrijd dat door dag en nacht met mijn vak bezig te zijn. Dat geeft kracht, verstrooiing, zelfs explosie. Het contrast zal groot zijn als we met Flikken stoppen.’
Begrijpt u waarom dit seizoen het voorlaatste is?
‘Het is mij een raadsel waarom de serie stopt. Als je ernaar vraagt, zeggen ze: financiën. Maar een serie die zó goed gemaakt is, met zóveel kijkers, die voer je niet af. Ik voel heel veel onzekerheid bij mijn collega’s. In augustus staat een aantal aan het stempellokaal. Na tien jaar Flikken.’
Stoppen op het hoogtepunt, zegt de VRT. U toch ook?
(knikt) ‘Zelfs als Flikken gewoon was doorgegaan, was ik uit de reeks gestapt. Ik word te oud. Geen enkele commissaris werkt tot zijn 69. Ik ben ook geen Derrick of Frost. Voor mij is de rol van commissaris John Nauwelaerts na tien jaar rond. Ik sta op de rand van de automatische piloot en dat mag niet. Ik ga me op de musical Daens gooien. Ik heb bijgetekend tot maart 2009. Tja, ik doet het mezelf aan.’ (lacht)
U speelt in ‘Daens’ bisschop Stillemans. Weer een heilige.
‘Ik ben 43 jaar acteur en speel voor de derde keer een religieuze: dat is niet te veel. Wel mooi, eigenlijk. In Wij, heren van Zichem (1969) wou ik priester worden maar kon het niet, in Dagboek van een herdershond (1978) was ik een kapelaan, in Het pleintje (1986) de pastoor. Nu word ik bisschop: de volgende keer ga ik voor paus. Ik heb een mooi toneelstuk gezien over de rol van paus Pius XII: Der Stellvertreter. Als je me vraagt of ik nog een droomrol heb, dat is er een. Bij deze heb ik een klein visje uitgegooid.’ (lacht)
Waar bent u na al die jaren het meest trots op?
‘Dat ik geen dag in mijn leven aan het stempellokaal heb gestaan. Ik heb 43 jaar ononderbroken gewerkt. Ik ben een veel gevraagd acteur, maar ook heel bevoorrecht. Mijn carrière is mij overkomen en daar mag ik heel gelukkig mee zijn.’
Bron: Gentenaar.be